Navigatie overslaan
link050 Home
  • Besturenloket
  • Bedrijven
  • Workshops
Account aanmakenLog in

Contact

  • Herestraat 100, 9711 LM Groningen, Nederland
  • info@link050.nl
  • 050 – 3051 900

link050

  • Voor vrijwilligers
  • Voor organisaties
  • Voor bedrijven
  • Veelgestelde vragen
  • Over ons
  • Openingstijden

Doe mee

  • Vacatures / trainingen
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Cookies

Powered by Deedmob tools
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | april 2024 | Vrijwilligersverhalen | 2 min lezen

Back to the sixties

Door

Johnno Bosma

Vrijdagmiddag half drie in zorgcentrum de Veldspaat. Plotseling klinkt er vrolijke muziek uit de geluidsinstallatie: popmuziek uit de jaren zestig. In het atrium, de grote zaal van het centrum zitten al verschillende bewoners klaar voor het maandelijkse muziekspektakel en omdat de muziek door het hele gebouw te horen is, loopt de zaal snel vol met nog meer enthousiaste ouderen.

Jan en Greetje

Vijftien jaar geleden woonde de moeder van Jan in de Veldspaat en tijdens één van de bezoekjes kwamen hij en zijn vrouw Greetje in gesprek met een activiteitenbegeleidster die daar werkte en weleens een plaatje draaide. “Toen ze hoorde dat wij een behoorlijke collectie singletjes hadden en zo nu en dan wel een muziekmiddag wilden verzorgen, werd ze helemaal enthousiast. Sinds die tijd zijn we elke maand een middag in de Veldspaat en draaien we continue plaatjes uit de jaren zestig: Elvis Presley, Roy Orbison, de Beatles, maar ook Nederlandstalige muziek van bijvoorbeeld Johnny Jordaan.”

Enthousiast publiek

Als ze naar de Veldspaat gaan, gaat er een kleine stereo platenspeler mee die Jan dan aansluit op de apparatuur van het zorgcentrum. In de week voorafgaand aan het optreden worden de platen uitgezocht. Jan is niet een diskjockey die de muziek aan elkaar praat. “Nee, dat is zonde van de tijd,” meent Jan, “want zolang ik praat kan er geen muziek gedraaid worden.” Het publiek is elke keer weer enthousiast. En terwijl Jan aan de draaitafel zit, maakt Greetje een dansje met één of meerdere bewoners en die vinden het allemaal geweldig. En het kan zo maar gebeuren dat een bewoner, nadat een bekend lied is gedraaid tegen Greetje zegt:  “Mevrouw, wat kunt u mooi zingen!”

Andere zorgcentra

Jan en Greetje hebben in de afgelopen jaren ook een paar keer een muziekmiddag verzorgd in andere zorgcentra. Ook daar waren de bewoners en begeleiders erg enthousiast en vroegen hen om nog een keer terug te komen. Maar er kwam helaas geen nieuwe uitnodiging. Vermoedelijk heeft de coronapandemie hierin een rol gespeeld en is men voorzichtiger geworden met het organiseren van dit soort bijeenkomsten.

Wederzijdse voldoening

Op één van de muziekmiddagen kwam er een bewoner naar Jan toe en vertelde hem dat hij zelf ooit zendpiraat was geweest in Hoogkerk, met de zendnaam “Calimero”. Nu wilde het geval dat Jan een plaatje van de zendpiraat in zijn collectie had en op de achterkant stond een lied waarin deze man bezongen werd. Dat plaatje draaide Jan en de middag voor deze man kon niet meer stuk. Later kwam zijn dochter bij Jan om hem te zeggen dat hij haar vader een onvergetelijke middag had bezorgd. Maar Jan reageerde: “Nou, mevrouw, uw vader heeft mìj een prachtige middag gegeven.“

Een gratis optreden

De muziekmiddag die Jan en Greetje verzorgen kost niets. Een kopje koffie is voldoende. Zo is het bieden van deze vorm van amusement ook een mooi voorbeeld van vrijwilligerswerk. En wie nog wat kan missen: Jan spaart nog steeds singletjes! Jan is te bereiken via loena@telfort.nl

tekst: Jan de Koning

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Een scheidsrechter vertelt

| Vrijwilligersverhalen

Dit artikel verscheen eerder in ons thema magazine over sport . Hij en zijn jongere broer hebben het al van huis uit meegekregen: je moet wat over hebben voor de sportclub waar je kinderen lid van zijn. “Mijn ouders waren ook vaak bezig voor onze vereniging in onze geboorteplaats Emmen. Dat vonden ze normaal. Daardoor konden wij ook blijven sporten. Want sportactiviteiten zijn alleen maar mogelijk bij de gratie van veel vrijwilligheid.” Elzo Dijkhuis Aan het woord is de 62-jarige Elzo Dijkhuis. In het dagelijks leven projectmanager bij de gemeente Groningen. Elzo is zijn leven lang al fanatiek waterpoloër en hij speelt vanaf 1986 bij de zwemclub Trivia in de stad. Daarnaast zwemt hij meerdere keren per week in open water, zowel in de zomer als in de winter. In zijn jonge jaren was hij actief betrokken bij het team dat in de competitie meedraaide en omdat de club ook verplicht was scheidsrechters te leveren, volgde hij daar een cursus voor en leidde hij vele jaren diverse wedstrijden. Tijdens het opgroeien van zijn kinderen stopte hij met het fluiten, maar toen deze zelf ook weer betrokken raakten bij de sport, pakte hij de draad weer op en sindsdien is Elzo tijdens de competitie elk weekend in een zwembad te vinden als scheidsrechter. Ervaring Langzamerhand heeft Elzo veel ervaring opgebouwd en hij merkt dat daardoor het leiden van een wedstrijd een stuk gemakkelijker wordt. Jonge collega’s hebben er nog weleens moeite mee om vol te houden als scheidsrechter. “Het is ook geen eenvoudige klus omdat er zich ook veel (al of niet onrechtmatig) onder water afspeelt. Om een beslissing te nemen moet je daarom vaak ook afgaan op de reacties en lichaamshouding van de spelers en daarvoor is ervaring nodig.” Duidelijkheid geven Daarnaast is grondige kennis van het spel en de regels heel belangrijk. “Ik heb jarenlang op een hoog niveau gespeeld en ik weet zo langzamerhand wel wat zich voordoet gedurende een wedstrijd. Ik ben heel duidelijk tijdens het spel en na afloop blijf ik altijd aanwezig om mijn beslissingen toe te lichten. Ik merk dan dat veel spelers de regels eigenlijk niet goed kennen en dat ze die meestal graag willen leren.” Fysiek Waterpolo is fysiek de zwaarste teamsport. Het aanleren van een goede techniek is daarom ook erg belangrijk. “Ooit was er enige animositeit tussen het handbalteam en de waterpoloërs in onze gemeente en wij daagden het handbalteam uit voor een confrontatie. Het potje handbal verloren wij grandioos, maar de waterpolowedstrijd werd niet eens uitgespeeld: de handballers waren na één periode al volkomen total loss.” Motivatie Het is niet alleen de liefde voor de sport die Elzo voor dit werk motiveert. Hij vindt het ook mooi om op deze manier zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Als mensen zoals hij zich beschikbaar stellen voor dit soort activiteiten, kunnen anderen van de sport blijven genieten. Elzo en zijn collega’s krijgen geen vergoeding voor dit werk. Ze betalen zelfs gewoon de contributie voor de vereniging. Maar hij merkt wel dat zijn inspanningen erg gewaardeerd worden en dat is voor hem voldoende. Mensen zoals Elzo zijn er gelukkig nog voldoende, maar als we met elkaar in beweging willen blijven, is er nog veel vrijwilligheid nodig.
Lees meer

Een ontmoeting tussen een nieuwe Groninger en een local

| Vrijwilligersverhalen

Dit artikel verscheen eerder in ons thema magazine over nieuwkomers . Terwijl het voor de rest van Nederland een goed bewaard geheim is gebleven, weet iedereen die in Groningen woont dat het tegelijk een nuchtere stad én een bruisende internationale metropool is. Voor alle internationals die in Noord-Nederland komen wonen of werken, huisvest Groningen het International Welcome Center North. Deze organisatie biedt iedereen die het nodig heeft informatie over wonen, werken, studeren en ondernemen in het Noorden, en brengt internationals en locals bij elkaar via het programma My local friend . Via dit programma leerden Sinem en Wiebe elkaar in 2024 kennen. Wiebe, de local, werkte voor zijn pensioen op de Rijksuniversiteit Groningen en begon het internationale contact te missen. Dus meldde hij zich aan bij dit internationale maatjesproject. Sinem werkte vroeger als docent Engels op een universiteit in Turkije en is in Nederland komen wonen omdat haar man een baan als ingenieur in Nederland kreeg. Terwijl ze op zoek was naar een baan als docent Engels op een middelbare school, wilde ze ook graag Groningers leren kennen. “Omdat mijn man en veel van zijn collega’s expats zijn is het niet altijd makkelijk om Nederlandse vrienden te maken. Daarom meldde ik me aan voor My local friend.” En zo ontmoette ze Wiebe. Vriendschap Normaal gesproken ontmoeten ze elkaar één keer per week en praten ze over koetjes en kalfjes, in het Nederlands. De gedachte achter het project is dat mensen de taal kunnen oefenen, maar voor Wiebe en Sinem is het project waardevoller dan dat. Wiebe houdt erg van de internationale context en contact hebben met andere culturen: “Naast dit project zijn er ook allerlei andere evenementen via het IWCN, dus daar kunnen we ook heen en mensen uit verschillende landen ontmoeten.” Sinem vult aan: “Ik wilde graag met meer vertrouwen Nederlands kunnen spreken met mensen, maar ondertussen word je ook vrienden. Dus het is heel leuk om zo ook iemand uit je stad beter te leren kennen.” Elkaar begrijpen Volgens Sinem zit er een verschil tussen de taal begrijpen en de taal goed spreken. “Het blijft moeilijk om lastige woorden ook te gebruiken. Zo hadden we het laatst over versplinteren. Van veel van dat soort woorden weet ik wat ze betekenen, maar als ik zelf spreek gebruik ik toch vaak makkelijkere woorden.” Volgens Wiebe is Sinem ook een beetje een perfectionist. “Ze spreekt echt al heel goed Nederlands. Maar het is belangrijk om vaak te oefenen. Binnenkort gaan we drankjes doen bij Sinem thuis, samen met haar man. En dan gaan we de hele avond Nederlands praten.” Omdat Wiebe zelf een paar jaar in Namibië heeft gewoond, weet hij ook hoe het is om een expat te zijn in een andere stad. “Ik herinner me nog goed hoe lastig het kan zijn om mensen te leren kennen in een nieuw land. Dat maakt het extra leuk om nu voor iemand anders een lokale vriend te zijn.” Een tekort Het maatjesproject My local friend is bedoeld voor mensen die al op taalniveau A2 of B1 zitten. Zo kunnen de gesprekken ook echt in het Nederlands gevoerd worden. Sinem woonde voor ze in Groningen kwam al even in Amsterdam. Zodoende wist ze al een en ander over Nederland en had ze al wat van de taal geleerd. Toen ze zich aanmeldde werd ze toch eerst op de wachtlijst geplaatst voor ze aan iemand werd gekoppeld. Er is namelijk een tekort aan locals. Daarom is de aanmelding voor nieuwkomers tijdelijk gesloten, terwijl mensen wiens moedertaal Nederlands is zich nog wel kunnen aanmelden. Sinem: “Ik zou graag zien dat meer locals zich aanmelden zodat de wachtlijst verdwijnt. Het is echt heel fijn om op deze manier stadsgenoten te leren kennen. Dankzij mijn gesprekken met Wiebe ben ik veel zelfverzekerder als ik Nederlands spreek.” Wiebe kan het de locals aanbevelen: “Ik zou mee doen zeker aanraden. Het is heel leuk om te doen. En als je het leuk vindt om ook aan andere activiteiten mee te doen, leer je heel veel mensen uit andere culturen kennen.” Tekst: Johnno Bosma Beeld: Eline Doornbos Wil jij ook een maatje zijn voor My local friend? Bekijk dan de details op deze aanmeldpagina .
Lees meer

"Ik droom van een eigen timmerbedrijf"

| Vrijwilligersverhalen

Dit artikel verscheen eerder in ons thema magazine over nieuwkomers . De 39 jarige Syriër Ehsan Kamel besloot ruim drie jaar geleden zijn land te ontvluchten en hij vroeg asiel aan in Nederland. Hij kreeg een plek in een asielzoekerscentrum in Groningen. Enige tijd later kwamen ook zijn vrouw en hun twee kinderen naar ons land en na verloop van tijd konden ze een woning krijgen in de stad. Inmiddels is in het gezin opnieuw een baby geboren en zitten de oudste twee kinderen op de basisschool. Vrijwilligerswerk Ehsan was nog niet zo lang in ons land toen hij op zoek ging naar werk. Zijn contactpersoon bij de gemeente Groningen begeleidde hem daarin en wees hem op de mogelijkheid van vrijwilligerswerk. Dat kennen ze in Syrië helemaal niet, maar hij nam het werk bij een kledingbank met beide handen aan. Ehsan wilde de vrijwilligersbaan graag hebben, want, zo vertelde hij: “Ik wil graag met mensen in contact komen en zo gauw mogelijk de Nederlandse taal leren.” Hij besefte dat hij in Nederland meer mogelijkheden zou hebben als hij de taal van dit land zou spreken. Zodra het hem was toegestaan, meldde hij zich ook aan voor de inburgeringscursus en afgelopen jaar werd hij toegelaten. Ook zijn vrouw heeft zich inmiddels ingeschreven om aan de cursus te beginnen. Mamamini In de afgelopen jaren bezocht Ehsan regelmatig kringloopwinkels in Groningen en zo kwam hij ook bij Mamamini in de wijk Helpman. Hier zag hij nieuwe kansen en op de website van het bedrijf vond hij een sollicitatieformulier dat hij invulde en opstuurde. Niet lang daarna werd hij aangenomen als vrijwilliger. Vier maanden geleden is Ehsan bij dit bedrijf begonnen. Op maandag- en vrijdagmorgen is hij in het pand aan de Helper Oostsingel te vinden en hij houdt zich vooral bezig met het kleingoed dat binnenkomt. Hij sorteert en prijst de spullen en vervolgens geeft hij ze een plek in de winkel. Hij werkt in een groepje van ongeveer vijf personen en het werk bevalt hem uitstekend. Het principe van een kringloopwinkel spreekt Ehsan erg aan: mensen die het financieel niet zo ruim hebben tegemoetkomen door een aanbod van gebruikte artikelen. “Ik prijs de goederen dan ook nooit zo hoog,” zegt hij met een glimlach. Motivatie Wat Ehsan vooral erg belangrijk vindt is het leggen van contacten. Hij heeft daar niet zo heel veel moeite mee, want hij is een betrokken, sociale man. Daarnaast heeft hij ontdekt dat het samenwerken ook heel goed is voor het aanleren van de taal. Hij verplicht zichzelf dan ook zo veel mogelijk Nederlands te praten op zijn werk. Dat hij bij Mamamini ook een vrijwilligersvergoeding krijgt vindt hij fijn, maar dat was niet zijn belangrijkste motief om hier te solliciteren. De andere dagen van de week gaat Ehsan naar school. Tijdens de lessen, die hij samen met ongeveer twintig andere nieuwkomers volgt, ligt de nadruk op het ontwikkelen van taalvaardigheden. Ehsan kan zich in de korte tijd dat hij de lessen nu volgt al heel goed in de Nederlandse taal uit drukken. Zodra hij examen gedaan heeft, hoopt Ehsan een opleiding te kunnen gaan volgen aan het Noorderpoortcollege. De Nederlandse samenleving Ehsan en zijn gezin genieten van hun verblijf in Nederland: de mensen zijn vriendelijk en het voelt hier heel veilig. Natuurlijk denkt hij vaak aan Syrië. Zijn ouders wonen er en ook nog veel andere familieleden. En hij maakt zich zorgen om hun veiligheid. Toen Ehsan nog in Syrië woonde was hij timmerman. En hij hoopt door zijn opleiding ooit te kunnen starten met een eigen timmerbedrijf in Nederland. “Ik zal er alles aan doen om die droom werkelijkheid te laten worden.” Aan initiatief en doorzettingsvermogen ontbreekt het hem in ieder geval niet. Tekst: Jan de Koning Beeld: Dominique Krauts
Lees meer