Navigatie overslaan
link050 Home
  • Besturenloket
  • Bedrijven
  • Workshops
Account aanmakenLog in

Contact

  • Herestraat 100, 9711 LM Groningen, Nederland
  • info@link050.nl
  • 050 – 3051 900

link050

  • Voor vrijwilligers
  • Voor organisaties
  • Voor bedrijven
  • Veelgestelde vragen
  • Over ons
  • Openingstijden

Doe mee

  • Vacatures / trainingen
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Cookies

Powered by Deedmob tools ·
Door op "Accepteren" te klikken, gaat u akkoord met het opslaan van cookies op uw apparaat om de sitenavigatie te verbeteren en het sitegebruik te analyseren. Voor meer informatie, bekijk onze Privacyverklaring.

Post | januari 2024 | Vrijwilligersverhalen | 2 min lezen

Oma’s Soep, het beste recept tegen eenzaamheid

Door

Johnno Bosma

Oma’s Soep verkoopt heerlijke verse soepen en maaltijden naar oma’s (of opa’s) authentieke recept. De opbrengst wordt gebruikt om eenzame ouderen blij te maken! Minimaal 50% van de winst van Oma’s Soep wordt gedoneerd aan Stichting Oma’s Soep. De Stichting organiseert wekelijks activiteiten in verschillende steden door het hele land waar jong en oud samen worden gebracht om eenzaamheid tegen te gaan. Lokaal organiseren studentenbesturen wekelijks Kookdagen en Soep-aan-huisdagen en evenementen en PR-campagnes. In Groningen zijn momenteel  zeven studenten actief, die van september tot en met juni activiteiten organiseren. Maar ze kunnen meer vrijwilligers gebruiken en dat hoeven geen studenten te zijn. Veerle van Dam zit in het Groningse bestuur en vertelt er enthousiast over. “We doen om de week een kook-dag en een zogenaamde Soep-aan-Huisdag. Deze laatste zijn het meest populair. We hebben momenteel zo’n 20 ouderen waar we langs gaan met een emmertje soep. Deze ouderen kunnen vanwege hun beperkte mobiliteit niet altijd naar de kookdagen.”

Avocadosoep met doperwten

Wat voor soep maken jullie en wie bedenkt dat? “Dat is iemand uit het bestuur, en we maken meestal wel ‘gangbare’ soep. Maar deze week gaan we soep maken naar een recept van Opa Jan, die is al heel lang bij ons en wil heel graag dat wij zijn avocadosoep met doperwten gaan maken. Wij zijn ook heel benieuwd naar die soep,” lacht Veerle. “De Soep aan Huis dagen zijn overigens begonnen tijdens de lockdown en bleken enorm populair te zijn.”

Blije ouderen

Wat is het leuke aan dit werk? “Het is heel divers,” vertelt Veerle enthousiast, “we hebben het als vrijwilligers erg gezellig met elkaar, we ontmoeten veel mensen en we maken veel impact, de ouderen zijn heel erg blij met een wekelijks bezoekje. En het is een kleine moeite voor ons, het kost je maar een paar uur per week. Voor de deelnemers is het overigens gratis. We werken in duo’s en gaan bij een paar adressen per keer langs.”

De kookdagen doen ze op locatie, bijvoorbeeld in buurthuizen die een keuken hebben. “De spullen halen we op dinsdag op de markt, we hebben daar contact mee en krijgen korting. En het is niet alleen koken; tijdens de kookdagen doen we, behalve gezellig kletsen, ook leuke spelletjes met de oma’s en opa’s.” De landelijke BV Oma’s Soep kookt ook maaltijden die te koop zijn in de supermarkt, evenals de soep.

Lijkt het je leuk mee te doen? Neem contact op met Nora Cramer: M 0642146164, E groningen@omassoep.nl

Tekst Annette Doornbosch
Foto Veerle van Dam

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Nederlands leren aan asielzoekers

| Vrijwilligersverhalen

Als je er langs rijdt valt het nauwelijks op: de tijdelijke opvanglocatie voor asielzoekers aan de Peizerweg. De huisvesting ligt wat verscholen achter een aantal bedrijfsgebouwen. In dit centrum worden verschillende activiteiten aangeboden en één daarvan is een cursus Nederlands. Ipe Westerdijk Eén van de docenten is Ipe Westerdijk. Ipe is na een loopbaan als ambtenaar eerder gestopt met werken en “omdat ik vind dat ik niet met pensioen gegaan ben om alleen voor mezelf te leven, ben ik gaan kijken wat ik zou kunnen betekenen voor anderen”, zo vertelt hij. “Ik wilde wel graag werk doen wat bij mij past en toen kwam dit vrijwilligerswerk op mijn pad.” “Taal is mijn ding” Ipe vertelt enthousiast over de lessen die hij verzorgt. Aanvankelijk gaf hij Nederlands aan enkele immigranten die zich voorbereidden op het examen voor taalniveau B1. Op een informatiebijeenkomst van het COA hoorde hij dat er behoefte was aan een docent Nederlands op dít AZC en na een rondleiding door het gebouw besloot hij zich hier aan te melden voor dit werk. “Ik heb wel enkele voorwaarden gesteld,” vertelt Ipe. Eén van zijn eisen was dat hij alleen gemotiveerde leerlingen zou krijgen. En zo begon Ipe een paar maanden geleden aan zijn tweede baantje als vrijwilliger in een rol waar hij zich helemaal thuis voelt. “Taal is mijn ding, ik heb er feeling voor.” Betrokken leerlingen Ipe begeleidt een klein groepje enthousiaste asielzoekers die allemaal hun uiterste best doen om Nederlands te leren spreken omdat ze heel graag in ons land een toekomst willen opbouwen. Tijdens de lessen maakt hij gebruik van het boek “Taalcompleet A2, Nederlands voor anderstaligen”, dat speciaal voor deze groep asielzoekers is geschreven. Hij probeert zijn lessen, van ongeveer twee klokuren, zoveel mogelijk in het Nederlands te laten verlopen. Meer dan alleen taalles Ipe is zich bewust dat er momenteel veel te doen is over het onderwerp asiel. “Maar ik ben heel erg voor gastvrijheid en ik kan goed meevoelen met oorlogsmigranten. Ik zou ook graag, als ik zou moeten vluchten, gastvrij willen worden opgevangen!” Tijdens de lessen komt het onderwerp ook weleens ter sprake en zijn leerlingen vinden dat ze in ons land heel fijn worden opgevangen, maar dat Nederland ook wel wat strenger zou mogen zijn in zijn asielbeleid. Ipe geniet van het contact met zijn leerlingen, maar hij weet dat hij zich niet aan hen moet binden, want ze kunnen ook zomaar weer vertrokken zijn. Voldoening De waardering die Ipe krijgt voor zijn werk in het AZC komt vooral bij zijn leerlingen vandaan. De sfeer tijdens de lessen is heel ontspannen. Er wordt hard gewerkt en de deelnemers maken grote vorderingen. Soms zijn er serieuze gesprekken, maar er wordt ook veel gelachen. Zo kan Ipe ervan genieten dat zijn leerlingen al heel goed zijn in het opschrijven van wat ze horen. Tijdens de warme dagen viel het woord ‘tropisch’ in de les. “Schrijf dat woord eens op het bord”, vroeg Ipe aan één van de deelnemers. Even later stond er ‘tropies’. “Nederlands is echt niet zo gemakkelijk”, zo besluit Ipe ons gesprek. tekst en beeld: Jan de Koning
Lees meer

Meewerken aan herstel van de toeslagenaffaire

| Vrijwilligersverhalen

Van Liesbeth hoor ik dat er ruim 600 gezinnen in de gemeente Groningen slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal. Deze mensen kunnen gratis hulp krijgen van de Stichting (Gelijk)Waardig Herstel. Bij deze stichting gaat het niet alleen om een goede financiële afhandeling: financieel èn emotioneel herstel gaan samen. Het Feitenrelaas Liesbeth is als vrijwilliger verbonden aan de stichting. Ze is Luisterend Schrijver. Dit betekent dat ze met een ouder- de Verteller-  gaat zitten en naar haar of zijn verhaal luistert. Het verhaal noemen ze het Feitenrelaas, daarin staat alles wat er gebeurt is vanaf het moment dat de eerste envelop van de belastingdienst op de deurmat viel met een onrechtmatige terugvordering van de kindertoeslag. Dat kan 10-15 jaar geleden zijn. De Luisterend Schrijver schrijft in samenspraak met de Verteller het Feitenrelaas op. Belangrijk is dat Verteller zelf de regie heeft; zo bepaalt deze waar en wanneer de gesprekken plaatsvinden, en werkt de Verteller op eigen tempo aan het Feitenrelaas . Dit is belangrijk voor het emotionele herstel, de regie over het eigen leven zijn de ouders immers al jarenlang kwijt. De schade analyse Is het Feitenrelaas klaar dan gaat het naar een onafhankelijke Schade Analist (dit is een professional) die aan de hand van het verhaal een analyse maakt van het bedrag waar de ouders recht op hebben. Als de ouder de  schade analyse accepteert en een Vaststellingsovereenkomst met de Staat tekent wordt het schadebedrag uitgekeerd. Inmiddels hebben zich in heel Nederland al meer dan 3500 Luisterend Schrijvers aangemeld. Het proces van vertellen en luisteren Liesbeth is Luisterend Schrijver van één Verteller (een moeder) geweest, en denkt erover dit proces nog een keer door te lopen met een andere Verteller.  Ze vertelt dat ze ongeveer vijf keer samen is gekomen on te luisteren naar het verhaal van haar Verteller. “Ik stelde vragen en soms als ik het ‘savonds nog eens overlas kwam ik met nog een andere vraag en bij haar kwamen er gedurende de week ook vaak dingen boven die gebeurd waren. Als we elkaar dan weer zagen bespraken we eerst deze zaken en gingen daarna weer verder. Zo hebben we samen het verhaal vormgegeven. Het schrijven gebeurt in een (beveiligd) online portaal waar de Verteller en Schrijver beiden toegang tot hebben. Uiteindelijk kwam daar een verhaal uit van zo’n 15 kantjes, waar dus van begin tot eind beschreven is wat de Verteller helaas heeft  moeten meemaken. Kippenvel Liesbeth: “Ik vond het een hele mooie ervaring omdat je zo dicht bij iemand komt. De Verteller stelt zich kwetsbaar op door zo open te zijn en dat maakt nederig. Voor haar is het emotioneel want ze rakelen zaken op die ze soms heel ver hebben weggestopt, daarom het is goed om erover te kunnen praten met iemand. Ik heb ook wel met tranen in m’n ogen en met kippenvel op m’n armen zitten luisteren. Dat je denkt ‘hoe was het mogelijk?’ Sommige verhalen zijn te bizar om te bevatten. Ik heb ook veel respect voor haar  want ze heeft gevochten als een leeuw om haar kinderen te behouden en dat is haar ook gelukt.” Iemand die opstaat om dit te doen “Het was bijzonder om te horen hoe ze omging met al die tegenslagen en toch maar door ging. Voor haar is dit een erg belangrijke ervaring. Alleen al het feit dat iemand uit de samenleving opstaat om dit te doen, om Luisterend Schrijver te worden, betekent voor haar al zoveel. Het betekent dat ze hier niet meer alleen in staat.”    In de vacature voor Luisterend Schrijver lees je meer Tekst: Jeanet Verveer Foto: Kumtanom Pexels
Lees meer

Wat is er leuker dan spelende kinderen?!

| Vrijwilligersverhalen

“Mag ik dat zo maar meenemen?” De kleuter kon bijna niet geloven dat dat leuke speelgoed gewoon mee naar huis mocht. Dit soort reacties horen Joanne van der Tuin en Maartje Brunt regelmatig in de Speel-O-Theek in Haren. Joanne en Maartje Maartje heeft een baan in de zorg maar ze is daarnaast vrijwilliger in deze speelgoedbibliotheek, want het werken met kinderen heeft al jaren haar hart. Joanne heeft de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk gedaan en werkt inmiddels al tien jaar met veel voldoening in de Speel-O-Theek. Beiden zijn bestuurslid van deze stichting en door die functie zijn ze er nog meer bij betrokken. Maartje: “Ik kwam met de Speel-O-Theek in aanraking toen mijn kinderen tot de doelgroep gingen horen en ook enkele buurvrouwen er lid waren geworden”. De Speel-O-Theek De Speel-O-Theek in Haren werd al in 1987 opgericht en naast het uitlenen van speelgoed was destijds een belangrijke doelstelling om ouders in hun opvoedkundige taken te ondersteunen. De Speel-O-Theek was gehuisvest in het centrum van Haren bij de bibliotheek, maar ongeveer vijftien jaar geleden kon zij een accommodatie krijgen in het nieuwe pand de Octopus aan de Mellensteeg. Daar heeft ze een mooie ruimte tot haar beschikking waar talloze spelletjes en heel veel speelgoed overzichtelijk zijn uitgestald. “Ja, er zijn zelfs nog spelletjes bij die al gekocht zijn bij de start van de Speel-O-Theek”, vertelt Joanne lachend. Gebruikers Er maken ongeveer 150 gezinnen gebruik van de diensten van de Speel-O-Theek en tijdens de openingsuren komen diverse ouders met hun kinderen langs om speelgoed te lenen. Vier weken mag er thuis mee gespeeld worden en dan moet het weer worden ingeleverd. Een enkele keer wordt er beschadigd speelgoed teruggebracht, maar in het algemeen gaan de leden erg zuinig met het materiaal om. Werkzaamheden De vrijwilligers hebben verschillende taken. Eén groep zorgt ervoor dat het uitleenmateriaal in goede staat blijft. Een andere groep houdt zich bezig met de aanschaf van nieuw speelgoed. Daarvoor is een budget beschikbaar en het internet en speelgoedwinkels worden wekelijks afgestruind op zoek naar degelijk en aantrekkelijk maar ook actueel speelgoed. De kosten van aanschaf worden gefinancierd uit de opbrengsten van de contributie van de leden en van de jaarlijks terugkerende kinderkledingbeurzen die onder verantwoordelijkheid van de Speel-O-Theek wordt georganiseerd. En natuurlijk zijn er vrijwilligers die werken tijdens de uitleenochtenden. Nieuwe collega’s De Speel-O-Theek is enkele morgens in de week geopend en wanneer er zich meer vrijwilligers  melden kunnen de openingsuren verruimd worden. Eén van de taken is het werk aan de balie. Daar wordt het teruggebrachte weer in ontvangst genomen, gecontroleerd en verwerkt in het systeem en als de bezoekers nieuw speelgoed hebben uitgezocht wordt dat eveneens in het systeem opgeslagen. “Werken in deze Speel-O-Theek is heerlijk ontspannend en bovendien hartstikke gezellig”, zegt Maartje. Aandoenlijk De Speel-O-Theek heeft ook verkleedkleren te leen en na verloop van tijd is het materiaal versleten. Maartje: “Laatst wilde een jongetje een spidermanpak lenen. Ik bekeek het kostuum en eigenlijk kon het niet meer uitgeleend worden. Daarom zei ik dat hij  het pak wel mocht houden. Zelden heb ik een kind zo blij de Speel-O-Theek uit zien gaan.” Joanne: “Ja, zoiets wil je toch niet missen!” Tekst en beeld: Jan de Koning
Lees meer